order [ɔːdər] aanvoeren, bevelen, commanderen, hetbevelvoeren aanvragen, bestellen aanvraag, bestelling, order decoratie, ereteken, orde, kloosterorde, ridderorde orde, rangorde bevelen, gelasten, sommeren, verordenen, voorschrijven bevel, bevelschrift, gebod, order, sommatie, verordening aaneenschakeling, opeenvolging, volgorde
|